Praktische handleiding

Je ontwerp in QGIS. Zonder gedoe met codes.

Wil je een kade maken, een geul verdiepen of een bestaande shapefile gebruiken? Hier zie je welke laag je nodig hebt, wat je invult en wat je daarna in Atelier kunt openen.

Snel aan het werk

Wat wil je doen?

01

Nieuw ontwerp tekenen

Start de QGIS-tool Maak Atelier Uiterwaard basis-GPKG. Je krijgt meteen de juiste lagen. Teken je maatregelen en vul hun eigenschappen in.

02

Bestaande GIS-laag gebruiken

Open je SHP, GeoJSON of GeoPackage in QGIS. Gebruik Voeg GIS-objecten toe aan Atelier-GPKG, kies het maatregeltype en controleer de waarden.

03

Verder met een Atelier-ontwerp

Gebruik Importeer Atelier JSON naar bewerkbare GPKG. Werk de geometrie en velden bij en ga terug via Exporteer Atelier basis-GPKG naar JSON.

Je hoeft geen cijfercodes uit je hoofd te leren: in de QGIS-formulieren kun je meestal gewoon uit begrijpelijke keuzes kiezen. Hier staat per maatregel precies wat die keuzes betekenen.

Bij het tekenen

Welke maatregel wil je maken?

Zoek je maatregel of klik er hieronder op. Elke maatregel heeft zijn eigen uitleg; je hoeft nergens anders naartoe te scrollen voor een code.

Lijn · dijken

Dijken en kades

Teken de hartlijn van een kade, dijk of drempel. Je kiest de kruinhoogte, breedte en hoe de taluds aansluiten op het bestaande maaiveld.

Voorbeeld Je kade begint op 7,20 m NAP en eindigt op 6,75 m NAP. Kies Hoogteverloop: 3 — Begin → eind. Vul 7,20 bij beginHoogte en 6,75 bij eindHoogte in.

Let op de tekenrichting: de eerste knoop van je lijn is het begin en de laatste het eind. Draai je de lijn om, verwissel dan zo nodig ook de twee hoogtes. Een lijn mag tussenliggende knikpunten hebben.

Alle velden voor dijken en kades met uitleg en eenheden
Veld in QGISWat vul je in?Wanneer?
naamEen herkenbare naam voor je kade, bijvoorbeeld ‘Noordelijke kade’.Handig, niet verplicht.
actief1 = meenemen in de berekening; 0 = tijdelijk uitzetten.Bijna altijd 1.
hoogtereferentie_code1 — NAP: dezelfde kruinhoogte over de hele lijn. 2 — Rivierverhang: hoogte volgen uit een rivierstand met een offset. 3 — Begin → eind: verschillende begin- en eindhoogtes op de lijn.Kies één van de drie.
hoogteVaste kruinhoogte in m NAP, bijvoorbeeld 7,20.Bij hoogteverloop 1; bij 3 volgt dit bij export de beginhoogte.
beginHoogteKruinhoogte bij de eerste lijnknoop, in m NAP.Verplicht bij hoogteverloop 3.
eindHoogteKruinhoogte bij de laatste lijnknoop, in m NAP.Verplicht bij hoogteverloop 3.
kruinbreedteDe breedte van de vlakke kruin in meters; bijvoorbeeld 5.Standaard 5 m.
eindTaludDe helling waarmee het profiel op maaiveld aansluit: 3 betekent 1:3.Standaard 3.
terreinProfiel1 = dijk met dwarsprofiel; 0 = oude vereenvoudigde barrière.Gebruik meestal 1.
handmatig1 = de ingestelde hoogte gebruiken; 0 = automatisch bepalen waar ondersteund.Gebruik meestal 1.
autoHoogteAutomatisch berekende uitgangshoogte, in m NAP.Kan doorgaans leeg blijven.
breedteCellenBreedte in rastercellen voor de oude dijkweergave.Alleen relevant bij terreinProfiel 0; standaard 2.
riviermodus_code1 = debiet (m³/s); 2 = waterstand (m NAP); 3 = frequentie.Alleen bij hoogtereferentie_code 2.
rivierwaardeDe gekozen rivierwaarde: debiet, waterstand of frequentie, afhankelijk van riviermodus_code.Alleen bij hoogtereferentie_code 2.
rivieroffsetAantal meters boven het rivierpeil; bijvoorbeeld 1,0.Alleen bij hoogtereferentie_code 2.
object_idUniek nummer om bijbehorende dwarsprofielstappen aan deze dijk te koppelen.Nodig zodra je profielstappen toevoegt.
atelier_idBestaand Atelier-object-ID, zodat het terug te herkennen is.Bij import automatisch gevuld; liefst behouden.
bron_jsonOorspronkelijke extra gegevens van het Atelier-object.Niet zelf wijzigen.

Lijn · geulen

Lijngeulen

Teken de loop van een nieuwe of verdiepte geul. Je kunt een vaste bodemhoogte gebruiken, rivierverhang volgen of een bodem maken die geleidelijk van begin- naar eindhoogte verloopt.

Voorbeeld De geulbodem loopt van 3,50 m NAP aan het begin naar 2,80 m NAP aan het eind. Kies 3 — Begin → eind, zet beginHoogte op 3,50 en eindHoogte op 2,80.

Tekenrichting telt mee: het eerste punt is het begin van je bodemverloop. Voor een meanderende geul mogen daar meerdere knikpunten tussen zitten.

Alle velden voor lijngeulen met uitleg en eenheden
Veld in QGISWat vul je in?Wanneer?
naamEen leesbare naam voor deze geul.Optioneel, maar aanbevolen.
actief1 = de geul telt mee; 0 = tijdelijk uitschakelen.Meestal 1.
hoogtereferentie_code1 — NAP: vaste bodemhoogte. 2 — Rivierverhang: bodem volgt een rivierreferentie. 3 — Begin → eind: van één bodemhoogte naar een andere.Kies één van de drie.
hoogteVaste bodemhoogte in m NAP.Bij hoogteverloop 1; bij 3 wordt de beginhoogte als compatibele basis gebruikt.
beginHoogteBodemhoogte bij de eerste lijnknoop in m NAP.Verplicht bij hoogteverloop 3.
eindHoogteBodemhoogte bij de laatste lijnknoop in m NAP.Verplicht bij hoogteverloop 3.
bodembreedteDe vlakke bodembreedte van de geul in meters.Standaard 5 m.
eindTaludDe helling naar het bestaande maaiveld: 3 betekent 1:3.Standaard 3.
autoHoogteEen automatisch berekende referentiehoogte in m NAP.Mag doorgaans leeg blijven.
riviermodus_code1 = debiet (m³/s); 2 = waterstand (m NAP); 3 = frequentie.Alleen bij hoogtereferentie_code 2.
rivierwaardeDe bij riviermodus_code horende waarde: debiet, waterstand of frequentie.Alleen bij hoogtereferentie_code 2.
rivieroffsetHet hoogteverschil in meters onder het rivierpeil, bijvoorbeeld 1,0.Alleen bij hoogtereferentie_code 2.
object_idUniek nummer waarmee de aanvullende dwarsprofielstappen aan de geul worden verbonden.Nodig voor extra profielstappen.
atelier_idOorspronkelijke objectidentificatie uit Atelier.Bij import behouden.
bron_jsonEventuele aanvullende oorspronkelijke Atelier-instellingen.Niet zelf bewerken.

Vlak · graafvlakken

Afgraven, ophogen en egaliseren

Teken een gebied en geef aan wat er met de bodem moet gebeuren. Je kunt een hoogteverschil opgeven of een vaste doelhoogte.

Voorbeeld Een terrein 1,20 meter afgraven? Zet modus_code op 1 — Diepte, bewerking_code op 1 — Afgraven en waarde op 1,20.

Alle velden voor afgraven, ophogen en egaliseren met uitleg en eenheden
Veld in QGISWat vul je in?Wanneer?
naamHerkenbare naam voor je terreinmaatregel.Aanbevolen.
actief1 = meenemen; 0 = uitzetten.Meestal 1.
modus_code1 — Diepte of verschil: het maaiveld veranderen met een aantal meters. 2 — Doelhoogte: naar een absolute hoogte in m NAP.Altijd invullen.
waardeBij modus 1: hoogteverschil in meters. Bij modus 2: de gewenste hoogte in m NAP.Altijd invullen.
bewerking_code1 = afgraven; 2 = ophogen; 3 = egaliseren.Altijd kiezen.
rand_code0 = rechte rand; 1 = talud buiten het vlak; 2 = talud binnen het vlak.Standaard 0.
taludHelling van het talud als 1:x. Een waarde van 3 betekent 1:3.Bij taludranden; standaard 3.
atelier_idOorspronkelijke maatregel-ID.Bij import behouden.
bron_jsonOorspronkelijke extra instellingen.Niet bewerken.

Lijn · duikers

Duikers

Verbind twee punten met een duiker zodat water via een doorgang kan worden doorgeleid.

Voorbeeld Teken een lijn van de instroom- naar de uitstroomopening. Stel de hoogte van de opening in of laat de bestaande automatische hoogte gebruiken.

Duikers hebben precies twee lijnpunten. Een lijn met tussenknikken wordt bewust niet geaccepteerd; gebruik daarvoor een ander type ontwerp.

Alle velden voor duikers met uitleg en eenheden
Veld in QGISWat vul je in?Wanneer?
naamNaam voor de duiker.Aanbevolen.
hoogteHandmatig ingestelde openingshoogte in m NAP.Wanneer je de openingshoogte zelf bepaalt.
autoHoogteAutomatisch bepaalde referentiehoogte in m NAP.Kan door Atelier worden ingevuld.
handmatig1 = gebruik handmatig ingestelde hoogte; 0 = automatisch.Kies passend bij je ontwerp.
actief1 = meetellen; 0 = uitzetten.Meestal 1.
eenrichtingsduiker1 = water mag slechts één kant op; 0 = beide richtingen.Alleen eenrichtingsverkeer als je dat bedoelt.
richtingOmgekeerd1 = draai de toegestane richting om; 0 = standaardrichting.Alleen bij eenrichtingsduiker.
atelier_idOorspronkelijke maatregel-ID.Bij import behouden.
bron_jsonEventuele oorspronkelijke extra velden.Niet zelf bewerken.

Punt · kwelpunten

Kwelpunten

Plaats een punt waar kwelwater het gebied beïnvloedt. Geef aan hoe sterk de koppeling is en hoe ver de invloed reikt.

Voorbeeld Een normale kwelbron? Kies koppeling_code 2 — Gemiddeld en spreidingslengte 500 m.

Kwel is in de nieuwste Atelier-versie een punt. Teken voor nieuwe kwelmaatregelen geen hydrologisch vlak.

Alle velden voor kwelpunten met uitleg en eenheden
Veld in QGISWat vul je in?Wanneer?
naamLeesbare naam voor de kwelbron.Aanbevolen.
actief1 = meenemen; 0 = tijdelijk uitzetten.Meestal 1.
koppeling_code1 — Zwak: meestal 250 m. 2 — Gemiddeld: meestal 500 m. 3 — Sterk: meestal 1.000 m.Kies de sterkte.
spreidingslengteDe invloedslengte in meters, bijvoorbeeld 500. Een expliciete waarde gaat voor de gebruikelijke klassewaarde.Invullen bij specifieke bronkennis.
atelier_idOorspronkelijke maatregel-ID.Bij import behouden.
bron_jsonAanvullende oorspronkelijke broninstellingen.Niet handmatig aanpassen.

Punt · instroompunten

Instroompunten

Geef aan waar water vanuit de rivier het gebied kan binnenkomen of waar je een instroomlocatie wilt vastleggen.

Voorbeeld Plaats een punt op een instroomopening en vul de hoogte in wanneer je die zelf wilt vastleggen.

Alle velden voor instroompunten met uitleg en eenheden
Veld in QGISWat vul je in?Wanneer?
naamNaam van het instroompunt.Aanbevolen.
hoogteDe drempel- of instroomhoogte in m NAP.Bij handmatig ingestelde instroomhoogte.
maaiveldHoogteMaaiveldhoogte op de locatie in m NAP.Berekende waarde; zo mogelijk automatisch.
rivierWaterstandWaterstand van de rivier op deze plek in m NAP.Wanneer beschikbaar.
kmRivierkilometer van de locatie.Wanneer bekend.
trajectNaam of code van de riviertak.Wanneer bekend.
handmatig1 = zelf instellen; 0 = automatisch.Kies passend bij de hoogte.
atelier_idBestaande object-ID.Bij import behouden.
bron_jsonAanvullende gegevens uit Atelier.Niet bewerken.

Vlakken · geul_bodem + geul_insteek

Geul met bodem en insteek

Heb je de bodem en de insteek al als vlakken ontworpen? Gebruik dan een bodemvlak met eventueel een bijbehorend insteekvlak, in plaats van een lijngeul.

Voorbeeld Teken in geul_bodem een vlak met bodemhoogte 3,00 m NAP. Teken eventueel een groter vlak in geul_insteek en geef beide dezelfde geul_id.

De bodem is vereist; de insteek is optioneel. Een insteek mag alleen bestaan als er ook een bodem met dezelfde geul_id is.

Alle velden voor geul met bodem en insteek met uitleg en eenheden
Veld in QGISWat vul je in?Wanneer?
geul_idEenzelfde uniek nummer in bodem en insteek: zo weet Atelier dat deze twee bij elkaar horen.Verplicht als je ze wilt koppelen.
bodemhoogteHoogte van het vlak in m NAP.In laag geul_bodem.
taludAansluithelling als 1:x wanneer geen insteek is getekend.In laag geul_bodem.
actief1 = meenemen; 0 = uitzetten.In beide lagen.
naamEen herkenbare naam voor de geul.In geul_bodem.
atelier_idOorspronkelijk object-ID.Bij import behouden.
bron_jsonExtra oorspronkelijke ontwerpgegevens.Niet bewerken.

Vlak · hydrologiezones

Bestaande hydrologiezones

Deze laag is vooral bedoeld om oudere Atelier-situaties te kunnen bewerken. Voor nieuwe kwel gebruik je de aparte laag kwelpunten.

Voorbeeld Heb je een oude retentiezone uit Atelier? Houd de oorspronkelijke instellingen in deze laag intact bij een heen-en-terugbewerking.

Bij de nieuwste runtime zijn retentie en gecombineerde hydrologiezones niet overal als nieuwe maatregel beschikbaar. Deze laag is daarom vooral bedoeld voor compatibiliteit.

Alle velden voor bestaande hydrologiezones met uitleg en eenheden
Veld in QGISWat vul je in?Wanneer?
naamNaam van het bestaande gebied.Aanbevolen.
type_code1 = retentie; 2 = kwel (oud formaat); 3 = combinatie.Behoud de oorspronkelijke bedoeling.
snelheid_code1 = lage; 2 = normale; 3 = hoge invloed.Voor oudere zones.
actief1 = meenemen; 0 = uitzetten.Volgens ontwerp.
atelier_idOorspronkelijke zone-ID.Bij import behouden.
bron_jsonOverige originele velden.Niet aanpassen.

Wanneer een standaardtalud niet voldoende is

Extra profielstappen toevoegen

Een dijk of geul kan extra bermen, terrassen en taludstappen hebben. Die zet je in een aparte tabel zonder kaartgeometrie: dijk_profielstappen of geul_profielstappen. Elke regel hoort bij één getekende lijn.

VeldBetekenisVoorbeeld
object_idHet nummer van de bijbehorende dijk of geul. Dit moet precies overeenkomen.7
volgordeWelke stap komt eerst, daarna, enzovoort?1, 2, 3
hoogteHoogteverschil vanaf de kruin (dijk) of bodem (geul), in meters.1,50
taludHelling van de stap als 1:x.3 = 1:3
terrasBreedte van een eventuele berm of terras, in meters.2,00

Begin eenvoudig: met alleen kruin-/bodembreedte en eindtalud kun je al een dijk of geul maken. Voeg profielstappen pas toe als het dwarsprofiel complexer moet worden.

Goed om te weten

Bestaande bestanden gebruiken

Kan ik gewoon mijn shapefile gebruiken?

Ja. Open de .shp in QGIS met de bijbehorende bestanden, waaronder .dbf, .shx en bij voorkeur .prj. Start daarna Voeg GIS-objecten toe aan Atelier-GPKG. Bij een GeoPackage kun je eerst de gewenste bronlaag kiezen.

Een shapefile kan lange veldnamen afkorten. Controleer daarom je eigenschappen na import; voor het verdere bewerken is een GeoPackage praktischer.

Wat betekent die keuze 'begin → eind'?

Bij dijken/kades en lijngeulen kun je hoogtereferentie_code = 3 kiezen. Vul vervolgens beginHoogte en eindHoogte in, beide in m NAP. Het verloop loopt van de eerste naar de laatste lijnknoop. De andere twee opties blijven beschikbaar: 1 = vaste hoogte in NAP en 2 = rivierverhang.

Mijn oude Atelier-GPKG heeft geen beginHoogte of eindHoogte

Die twee velden zijn nieuw. Gebruik voor een nieuw ontwerp een vers aangemaakte Atelier-basis-GPKG. Heb je een Atelier-JSON, importeer die dan opnieuw met de bijgewerkte JSON-importtool. Bij export stopt de tool met een duidelijke fout als je begin→eind hebt gekozen maar de twee hoogtes ontbreken.

Waarvoor dienen atelier_meta, atelier_id en bron_json?

Dat zijn achtergrondgegevens voor de uitwisseling. De tabel atelier_meta bewaart onder andere projectnaam, debiet en waterstand. atelier_id koppelt een bewerkt object aan zijn herkomst. bron_json bewaart extra instellingen die niet in losse QGIS-velden staan. Laat deze gegevens bij voorkeur ongemoeid.

Wat als een vlak of lijn niet geïmporteerd kan worden?

Controleer of het een geldige geometrie is, of een multipart-object uit meerdere delen bestaat en of polygonen geen gaten hebben. Bij twijfel gebruik je in QGIS Geometrieën repareren of Multipart naar singleparts. De QGIS-tools gebruiken RD New (EPSG:28992) als doelprojectie en proberen een bron met bekende projectie om te rekenen.

Kan ik ieder soort Atelier-JSON openen?

De huidige QGIS-tools werken met de klassieke Atelier situatie-JSON met maatregellagen. Het nieuwere Core-projectschema maaiveldt.atelier.situation wordt bewust geweigerd zodat je geen maatregelen kwijtraakt. Bewaar bij belangrijke ontwerpen altijd je oorspronkelijke JSON én GPKG.

Je ontwerp terug naar Atelier

Ben je klaar in QGIS? Gebruik Exporteer Atelier basis-GPKG naar JSON. Open de JSON vervolgens in Atelier Uiterwaard en controleer je ontwerp op de kaart. De exporttool geeft een foutmelding als een noodzakelijke koppeling ontbreekt, in plaats van stil iets weg te laten.

Terug naar Atelier Uiterwaard